Gerard Bakker Viae Vitae





Bouw mee aan
kindertehuis Sayap Kasih 2

Sayap Kasih 2 móet er komen, laat daar geen misverstand over bestaan. Niet voor hemzelf of de medebestuurders van Viae Vitae, noch voor de gulle gevers die zich achter het project scharen. Het tweede tehuis voor de zwaar gehandicapte jongens en meisjes van Woloan op Sulawesi is nodig, stelt Gerard Bakker, omdat er geen alternatief voor ze is.

“We geven ze een menswaardig bestaan óf we laten ze aan hun lot over in een samenleving zonder vangnet. Eigenlijk is daar alles al mee gezegd.”

 

De voorzitter van de Raad van Bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) is een drukbezet man. Maar begin over het werk van Viae Vitae en Gerard Bakker (55) maakt tijd vrij. Als hij met zijn verhaal donateurs over de streep kan trekken, dan mag de rest even wachten.

Waar haalt u überhaupt de tijd vandaan om naast uw baan als voorzitter van de Raad van Bestuur van het COA een vooraanstaande rol te spelen in een actieve stichting als Viae Vitae?

”..Eén van de rollen, laat ik dat voorop stellen. Ik voer het woord namens het bestuur, maar je had willekeurig één van ons kunnen bevragen. Alle bestuursleden doen het absoluut sámen. We zijn ook stuk voor stuk mensen met drukke agenda’s. Daar gaat het hier echter niet om. We zien het als onze humane plicht om, naast alles wat we zakelijk doen, ons in te zetten voor de behoeftige medemens. In ons geval zijn dat de ernstig gehandicapte kinderen op Sulawesi. Met de projecten die wij steunen en opzetten maken we het verschil voor ze.’’

U bent er vaker geweest. Maar kunt u nog eens  uitleggen wat de totstandkoming van het eerste kinderhuis in 2003 heeft betekend en waarom de bouw van  een tweede tehuis nu onontbeerlijk is?

‘‘Men moet zich realiseren dat het prachtige Indonesië dat we als toeristen zo graag bezoeken in feite een reusachtig straatarm land is. Men kent er nauwelijks sociale voorzieningen, zelfs niet voor  zwaargehandicapte kinderen die volledig hulpeloos zijn. Ze slijten hun dagen weggestopt in huis en krijgen nog geen fractie van de zorg die ze in ons land zouden ontvangen. In Sayap Kasih 1 wordt die, dankzij de geweldige medewerkers ter plekke en door onze steun, wél geboden.

Deze kinderen zullen nooit ‘genezen’, maar het tehuis doet er alles aan om hun bestaan draaglijk te maken. Ze worden goed verzorgd en krijgen goede en verantwoorde voeding. Ze krijgen fysiotherapie en binnen de mogelijkheden die er zijn, wordt gewerkt aan hun geestelijke ontwikkeling.

Het bestaande tehuis is nagenoeg vol. De kinderen blijven door de goede verzorging gelukkig in leven, maar voor nieuwe patiëntjes is dus geen plek. We willen er daarom een tweede tehuis naast bouwen voor de oudste kinderen. Dat zijn nu feitelijk jongvolwassenen. Ze passen niet meer tussen de baby’s en de jonge kinderen en zouden dus eigenlijk naar een andere zorginstelling moeten. Die is er echter niet.  Als wij ze geen opvang bieden, dan moeten deze meervoudig gehandicapte jonge mensen terug naar hun families, die niet voor ze kunnen zorgen. Dan liggen ze de rest van hun leven hoogstwaarschijnlijk op een matrasje in een hut.

Dat willen we niet laten gebeuren.’’

Wat is er nodig om Sayap Kasih 2 van de grond te krijgen en hoe gaat Viae Vitae dat dit keer aanpakken?

‘‘Geld. Een heleboel geld. Of eigenlijk ook weer niet, als je weet wat er van gedaan wordt. In Nederland bouw je geen tehuis met 20 bedden voor 120.000 euro. In Indonesië wel. We werken met plaatselijke aannemers en betrekken de materialen uit het land zelf. Zo houden we de kosten laag, vergeleken met hier. Én… geven we een injectie aan de lokale economie.

Maar 120.000 euro spaar je niet bij elkaar met dubbeltjes en kwartjes. Daar hebben we ook de tijd niet voor. Het tweede tehuis moet er, als het even kan, nog dit jaar komen. Daarom richten we ons in deze campagne op mensen uit onze netwerken die best wat kunnen missen en waarvan we denken dat ze het hart op de goede plaats dragen. Lange halen snel thuis, zou je kunnen zeggen, maar het doel heiligt hier de middelen.’’

Wat krijgen de donateurs er voor terug, behalve een goed gevoel over hun bijdrage aan een humaan project?

‘‘We laten het niet bij een ‘bedankt en tot de volgende keer’. Dat past niet bij Viae Vitae. Het gaat ons ook om het kweken van betrokkenheid bij het project én om de verbinding met elkaar. Dat laatste is geen loze kreet. De vrienden van Viae Vitae zullen onder andere periodiek worden uitgenodigd voor een bijeenkomst met inspirerende sprekers. Het biedt de gelegenheid anderen te ontmoeten, te netwerken zo je wilt. Van ons mag dat, zolang de projecten in Indonesië er maar wel bij varen.’’